Mensen hebben verschillende ideeën en beelden bij lichaamsgericht werken, hierdoor ontstaan misverstanden. Ik vermoed dat het nogal eens gebeurt dat mensen lichaamsgericht werken verwarren met lichaamswerk. Daarom lijkt het me goed om de verschillen eens helder uitéén te zetten waardoor er hopelijk een beter begrip ontstaat.

Lichaamsgericht werken gaat niet zozeer over bewegen

Soms hoor ik vanuit de groep de volgende vraag: ‘waarom gaan we niet meer bewegen, dansen etc? Het is toch een lichaamsgerichte opleiding?’ Het klopt dat we lichaamsgerichte opleidingen geven maar lichaamsgericht werken is niet hetzelfde als lichaamswerk. Als je goed kijkt naar de naam dan zie dat er al het e.e.a. duidelijk wordt. Bij lichaamsgericht werken gaat het niet zozeer om oefeningen met het fysieke lichaam. Die oefeningen en bewegingen horen meer bij lichaamswerk, denk aan bijvoorbeeld Yoga, dans, bio-energetisch werk, psychomotorische therapie enz. Bij lichaamsgericht werk hoef je niet persé te bewegen en staan oefeningen (bij mij) niet centraal. Wat wel centraal staat is dat we steeds het lichaam als ingang gebruiken om in contact te komen met diepere lagen. Het lichaam wijst ons de weg en we vertrouwen op de wijsheid die het in zich heeft. ‘Before you speak, your body speaks to you’ is een quote die prachtig aansluit bij deze manier van werken.

Hebben we wel een goed en compleet beeld van het lichaam?

Om het lichaam te kunnen volgen en de taal van het lichaam te kunnen verstaan is het heel belangrijk dat we een goed en compleet beeld van het lichaam hebben. Het standaard beeld dat veel mensen van het lichaam hebben is veel te beperkt. Ik had vroeger ook een ‘verkeerd’ beeld van het lichaam, dit is nu eenmaal hoe we het als kind aangeleerd krijgen. Het is het concept van ‘hoofd, schouders, knieën, teen’ en that’s it. Inmiddels kijk ik er heel anders naar en zie ik hoezeer dit beeld te kort schiet. Om een ander en compleet beeld van het lichaam te krijgen is het essentieel om je te realiseren dat we naast een fysiek lichaam ook een energetisch of bewustzijnslichaam hebben. Er zit een lichaam om ons fysieke lichaam heen. De mensen die het echt begrijpen zeggen: ‘we zien maar een heel klein stukje van het lichaam’. Het grootste deel van het lichaam zien we dus niet!

Er is maar een heel klein stukje van ons lichaam zichtbaar

Heb je wel eens een kou gevoeld in de ruimte zonder dat er een raam openstond? Voel je wel eens het verdriet of de spanning van een ander in een golf naar je toekomen? En merk je wel eens op hoe je lichaam zomaar ineens zucht en er een kwaliteit van stilte in de ruimte ontstaat? Het bewustzijnslichaam praat mee en geeft ons continue informatie. Alleen vanuit dit volledige en holistische beeld van het lichaam is het mogelijk om trauma en het concept van dissociatie en afgesplitste delen te kunnen begrijpen. Dissociatie is een ingewikkelde en complexe materie die zich niet even in een paar regels laat uitleggen. Wat ik er kort over kan zeggen is dat het de ultieme en uiterste overleefreactie van ons systeem is. Wanneer vluchten en vechten geen optie zijn, treedt dissociatie op. Dissociatie is geen alles of niets fenomeen, het kent vele vormen en gradaties. Je kunt een beetje of heel veel gedissocieerd zijn, je kunt continue afgesneden zijn en het ook zo beleven maar het is ook mogelijk dat mensen zich er (nog) niet bewust van zijn. Dissociatie van de dissociatie komt veel voor. Niet meer weten wat je niet weet. Er is bijvoorbeeld veel verdriet maar dit is zover afgesneden dat iemand zich hier niet meer bewust van is. Het kan heel zichtbaar zijn voor de buitenwereld maar het is ook goed mogelijk dat het niet zichtbaar is.

Therapie wordt vele malen effectiever wanneer we afgesplitste delen kunnen waarnemen

De vraag die ik vaak aan cursisten stel is: ‘hoeveel procent van je cliënt zit nu bij je op de stoel en hoeveel van je cliënt is ‘weg’? Terugkomend op bovenstaande uitleg van het lichaam maakt deze vraag ons bewust van de afgesplitste delen en nodigt het uit om onze waarneming te verruimen. Als ik mijn cliënt werkelijk wil ontmoeten dan maak ik een weids aandachtsveld en richt me op het hele veld van het lichaam en niet enkel op het stukje dat we kunnen zien en dat ‘hier’ is.

Jammer genoeg hebben veel professionals geen idee dat ze maar met een klein stukje van de cliënt werken, ze zijn zich niet bewust van het energetische lichaam en richten zich puur op het fysieke lichaam. Maar stel je eens voor dat je een bedrijf hebt dat opgedeeld is in aandelen en je bezit 30% van de aandelen, hoeveel invloed kun je dan uitoefenen op het hele bedrijf? Hoeveel meer zou je kunnen bereiken wanneer de andere 70% van de (aan)delen ook mee doet? Je zult begrijpen dat hoe minder aandelen je bezit, hoe minder invloed je op het bedrijf hebt. Zo is het ook bij dissociatie, hoe meer van de persoon afgesplitst is, hoe minder invloed iemand heeft op zijn gedrag, gedachten en gevoelens.

Niet voorbij gaan aan de meest kwetsbare delen van de persoon

In tegenstelling tot de bewegingen die gemaakt worden bij lichaamswerk gaan we bij lichaamsgericht werk juist heel zachtjes en voorzichtig in contact met het hele lichaam, inclusief energetisch lichaam. Bij getraumatiseerde cliënten kan beweging ervoor zorgen dat ze nog verder bij zichzelf weg bewegen. Beweging is niet per definitie fout en ik zet het ook zeker wel eens in maar gedoseerd en langzaam, zodat de beweging ook echt gevoeld kan worden en alles in de cliënt mee kan komen. Ik zie heel vaak dat bewegen een ‘weg-bewegen’ van iets is, een vlucht.

Vaak gaan we voorbij aan de meest kwetsbare delen van de persoon. We hebben de juiste aandachtssturing nodig om de ander werkelijk te kunnen ontmoeten. Aandacht is al snel grensoverschrijdend. Wanneer je aandacht teveel naar de ander toe beweegt, ook al is het goedbedoeld, is de kans groot (zeker bij getraumatiseerde mensen) dat de ander meer vertrekt en je onbedoeld dissociatie bevordert. Je cliënt kan wellicht nog steeds antwoord geven en met je praten maar dit wil niet zeggen dat er geen dissociatie is. Misschien geeft maar 20% van de persoon antwoord maar zijn we ook fijngevoelig genoeg om de overige 80% op te pikken? Kunnen we deze gedissocieerde delen verstaan, ook zonder woorden maar vanuit zachte verbinding met het hele lichaam? Dat is waar lichaamsgericht werken voor mij over gaat.

Steeds fijngevoeliger worden en meer leren zien dat je tot nu toe zag

En hierin leer ik elke dag fijngevoeliger te worden, leer ik van mijn cursisten, cliënten maar ook van het onderweg zijn in en met mezelf. Er is nog zoveel dat we niet weten. Ik probeer mensen weer in verbinding te brengen met de delen waar ze het contact ooit mee verloren zijn. Dan kan het zijn dat een fysieke klacht een schreeuw is van een deel dat gezien wil worden. Zo zei ik laatst tegen een cliënt: ‘wat gebeurt er als je zegt: ‘ik ben zo verdrietig in plaats van ik ben zo moe’. Wat zij als moeheid ervaarde bleek in een diepere laag vergeten verdriet te zijn dat erkend wilde worden. Ik voelde een zee van verdriet in de ruimte waar zij totaal niet meer mee in contact was. Toen de tranen mochten stromen voelde haar lijf ineens een stuk lichter en minder moe.

Waar helen werkelijk over gaat

Het kan ook zijn dat ik in de ruimte een klein meisje of jongetje of zelfs baby-tje waarneem dat ooit op de vlucht is geslagen, heel voorzichtig vanuit een ‘holding space’ manier van werken geef ik die delen en emoties weer een stem zodat ze eindelijk gezien en gehoord worden. Dit is waar helen over gaat, weer luisteren naar wat het lichaam in al zijn wijsheid wil zeggen, weer verbinding durven gaan met alles van jezelf.

Tot slot wil ik er nog aan toevoegen dat lichaamswerk heus wel eens aan bod komt, zoals wanneer een bevroren beweging afgemaakt mag worden of wanneer trauma energie om een ontlading vraagt. Ook hier nemen we steeds het grotere lichaam mee. We leren cursisten om zowel te werken met het fysieke als het energetische lichaam. Soms vraag je aan een cliënt: ‘mag ik je aanraken’? De cliënt antwoord dan vaak automatisch: ‘ja hoor’. Maar wanneer je fijngevoelig genoeg afgestemd bent, zal je vaak vanuit een ander deel een ‘nee’ kunnen waarnemen. Door dit te benoemen geef je de cliënt de kans om zich bewust te worden van dit andere deel, dit is vaak een hele eye opener in bewustwording. We kunnen onze grenzen immers alleen aangeven als we ze ook bewust voelen.

In de opleiding tot lichaamsgericht energetisch therapeut leggen we een basis voor deze lichaamsgerichte manier van werken en in de opleiding tot lichaamsgericht trauma therapeut verfijnen we dit nog verder en daarna is er nog de mogelijkheid om dit zelfs nog verder te verfijnen en te beoefenen in de verdiepingsdagen over dissociatie.

Ik hoop dat deze uitleg je enigszins een beeld heeft gegeven van wat lichaamsgericht werken voor ons betekent.

Lieve groet, Samantha